Een algemene introductie over kunstmatige intelligentie is een bruikbaar begin, maar geen complete aanpak voor een publieke organisatie. Een beleidsmedewerker die tekst laat samenvatten, een HR-team dat een selectietool gebruikt en een beheerder die een AI-systeem inricht, hebben andere kennis en handelingsgrenzen nodig. Sinds de wijziging van artikel 4 in juli 2026 blijft AI-geletterdheid een verplichting voor aanbieders en gebruiksverantwoordelijken, zonder dat voor ieder individu één voorgeschreven niveau geldt. Dat maakt de inventarisatie per rol en systeem belangrijker dan het tellen van cursuscertificaten.

Redactionele afbakening · Overheid HR

Artikel 4 geldt sectoroverstijgend voor publieke organisaties die AI-systemen aanbieden of gebruiken en verandert niet door de afzonderlijke overheids-cao's.

Bekijk de inhoudelijke domeingrens

Wat de bronnen laten zien

De Europese Commissie legt in haar actuele Q&A uit dat artikel 4 van de AI-verordening aanbieders en gebruiksverantwoordelijken verplicht maatregelen te nemen die de ontwikkeling van AI-geletterdheid ondersteunen bij personeel en andere personen die namens hen met AI-systemen werken. De bepaling is sinds 2 februari 2025 van toepassing. De wijziging via de Digital Omnibus trad volgens de Commissie midden juli 2026 in werking. De verplichting bleef bestaan, maar artikel 4 schrijft niet langer een specifiek of "voldoende" niveau voor iedere persoon voor.

De doelgroep is breder dan werknemers. De Commissie noemt ook personen die onder de organisatorische verantwoordelijkheid met het systeem werken, zoals opdrachtnemers of dienstverleners. Een publieke werkgever kan de aanpak daarom niet beperken tot het vaste personeelsbestand wanneer ingehuurde professionals, leveranciers of ketenpartners een AI-systeem namens de organisatie bedienen.

De vereiste maatregelen zijn contextafhankelijk. De Commissie noemt technische kennis, ervaring, opleiding en training van de betrokken personen, de rol van de organisatie, de risico's van het systeem en het doel en de context van het gebruik. Er is geen verplichte standaardcursus en geen voorgeschreven certificaat. Een organisatie kan wel intern vastleggen welke trainingen en andere begeleidende maatregelen zij heeft uitgevoerd.

De Commissie adviseert ten minste een algemeen begrip van AI te organiseren, te bepalen welke systemen de organisatie gebruikt, kansen en gevaren te bespreken en daarna de aanpak te differentiëren naar systeem, risico en doelgroep. Alleen verwijzen naar een gebruiksaanwijzing kan volgens de Q&A in veel gevallen onvoldoende effectief zijn. Voor hoogrisicosystemen blijven daarnaast specifieke eisen aan menselijke controle en training relevant.

Het Living Repository van de Europese Commissie bevat praktijkvoorbeelden, maar de Commissie waarschuwt dat kopiëren daarvan niet automatisch een vermoeden van naleving geeft. De redactionele betekenis voor publieke werkgevers is helder: een format, e-learning of voorbeeldbeleid is geen eindbewijs. De organisatie moet kunnen uitleggen waarom haar eigen rollen, systemen en gebruikssituaties met de gekozen maatregelen worden afgedekt.

HR-duiding

Begin niet met een trainingscatalogus, maar met een gebruiksinventaris. Leg per organisatieonderdeel vast welk AI-systeem werkelijk wordt gebruikt, voor welke taak, door welke rollen, op wiens gegevens of belangen de uitkomst effect kan hebben en wie verantwoordelijk is voor toegang en werkinstructie. Neem ook experimenten en door leveranciers ingebouwde AI-functies mee. Een verbod op niet-goedgekeurde tools vervangt geen overzicht van de systemen die wel worden gebruikt.

Maak vervolgens rolprofielen. Een gebruiker die conceptteksten maakt moet onder meer weten wanneer controle van bronnen en persoonsgegevens nodig is. Een leidinggevende moet risico's, escalatie en de grens tussen advies en besluit begrijpen. Een functioneel beheerder heeft kennis nodig over configuratie, logging, wijzigingen en leveranciersinformatie. Een inkoper of contractmanager moet weten welke instructie, ondersteuning en wijzigingsinformatie van de leverancier nodig zijn. Dit zijn voorbeelden van redactionele uitwerking; de concrete inhoud volgt uit het eigen systeem en gebruik.

Koppel aan ieder profiel passende maatregelen. Dat kan een combinatie zijn van instructie, oefencasus, periodieke bespreking, begeleid gebruik, een beslisboom en toegang op rol. Leg niet alleen deelname vast, maar ook welke versie van het systeem en welke gebruikssituatie de maatregel dekte. Een generieke presentatie uit 2025 kan onvoldoende zijn voor een nieuwe functie die in 2026 personeelsgegevens analyseert.

Maak de grens met individuele personeelsbeoordeling expliciet. Artikel 4 verplicht niet tot een examen of gegarandeerd niveau per medewerker. Gebruik het register daarom primair om de organisatorische maatregelen aantoonbaar te maken: doelgroep, systeem, doel, inhoud, datum, eigenaar en herzieningsmoment. Wanneer bekwaamheid voor een specifieke risicovolle taak afzonderlijk moet worden vastgesteld, leg dan uit op welke andere norm of werkafspraak dat berust.

Neem externen op in onboarding en contractbeheer. Bepaal vóór toegang welke instructie zij nodig hebben, wie controleert dat zij die hebben ontvangen en welke meldroute geldt bij fouten of onverwachte uitkomsten. Een leveranciersverklaring dat medewerkers "AI trained" zijn zegt weinig zonder aansluiting op het systeem, de publieke taak en de eigen beslisgrenzen.

Herzie de aanpak bij drie gebeurtenissen: een nieuw of gewijzigd AI-systeem, een nieuwe gebruikscontext en een incident of bijna-incident. Voeg daarnaast een vaste periodieke controle toe. Laat HR het leerproces organiseren, maar beleg systeemrisico, juridische kwalificatie, informatiebeveiliging, privacy en publieke besluitvorming bij de bevoegde rollen. AI-geletterdheid is een gezamenlijke beheersmaatregel en geen los HR-certificeringsproject.

Werkgeverscheck

  • Inventariseer per organisatieonderdeel de feitelijk gebruikte AI-systemen, doelen en betrokken rollen.
  • Ontwerp maatregelen per rol, systeem, risico en gebruikscontext in plaats van één algemene cursus.
  • Neem opdrachtnemers en dienstverleners die namens de organisatie met AI werken in dezelfde route op.
  • Registreer doelgroep, systeemversie, maatregel, eigenaar en herzieningsmoment zonder een niet-verplicht certificaat te suggereren.
  • Herzie instructie en begeleiding bij systeemwijzigingen, nieuwe toepassingen en incidenten.

Waar de grens ligt

Deze publicatie geeft organisatorische duiding bij de actuele uitleg van de Europese Commissie over artikel 4. Zij kwalificeert geen specifiek systeem, bepaalt niet of het hoogrisico is en vervangt geen juridische, privacy-, informatiebeveiligings- of inkooptoets. De Europese Q&A kan verder worden bijgewerkt; controleer bij toepassing de actuele verordening, officiële uitleg en Nederlandse toezichtsinrichting.

Redactionele afbakening

Dit artikel biedt algemene HR-duiding en is geen individueel juridisch, medisch of arbeidsvoorwaardelijk advies. Controleer de actuele primaire bron voor een concrete beslissing.

Bronnen

  1. Europese Commissie: AI Literacy – Questions & AnswersActuele officiële uitleg van artikel 4, de wijziging in 2026, doelgroepen, contextgerichte maatregelen en documentatie.
  2. Europese Commissie: Living Repository on AI literacyOfficiële statuspagina met toepassingsdatum, wijzigingsdatum en begrenzing van praktijkvoorbeelden.
  3. EU AI Act Single Information PlatformOfficieel informatieplatform van de Europese Commissie voor actuele AI-verplichtingen en nalevingsondersteuning.